Actueel
het BIN organiseren
beste praktijken
het BIN-Z
Documentatie
Veelgestelde vragen
Geregistreerde BIN initiatieven
van idee tot start

 1.  de voorbereiding

 2.  de algemene informatie en info/opstart-vergadering

 3.  in functie brengen van de stuurgroep, coördinator en gemandateerde politiebeambte

 4.  organiseren van het communicatieplan

 5.  het BIN kan van start gaan

 


1.  de voorbereiding

Het Buurtinformatienetwerk organiseert zich op het aanvoelen en de manifeste wil en goedkeuring van de medewerkers en de betrokken bevolkingsgroep om daadwerkelijk mede te werken aan het verhogen of bewaren van de veiligheid ter bevordering van de leefkwaliteit van hun buurt. 
Het idee kan worden aangereikt vanuit een spontane interesse van één of meerdere buurtbewoners of als suggestie worden aangebracht door de overheid of politie.  De initiatiefnemers zullen zich over het initiatief informeren en zich het goed begrip omtrent het BIN project eigen maken. 

De vrijwillige initiatiefnemers hebben hun politie en overheid hierover voorafgaandelijk gesproken. De lokale politie zal hierbij het behulpzame initiatief nemen om de informerende en voorbereidende contacten met de bestuurlijke en gerechtelijke overheid te initiëren. 
Tenslotte hebben zij samen de oprichting van het BIN geëvalueerd als een goed antwoord op deze uiting van betrokkenheid en wil tot samenwerken.  

Men heeft daarbij het goede begrip over het BIN nagegaan, de omschrijving bepaald, de beweegredenen, aanleidingen en verwachtingen getoetst en de doelstellingen geformuleerd.  In een volgende informatieronde zal men de volledige buurt informeren en de maatschappelijke ondersteuning voor het project nagaan i.   Alle betrokkenen zijn aan tafel !



2. Algemene BIN informatieverschaffing en bijeenkomst

De initiatiefnemers zullen, met de medewerking van de partners , de burgers uit de betrokken omschrijving over het project informeren en hen de mogelijkheid bieden om hun inspraak te uiten en hun vrijwillige medewerking te bevestigen. 

Men zal er voor zorgen dat voor alle inwoners een beschrijving van het project ter beschikking is.  Dit kan bv via een folder i, via het gemeentelijke informatieblad en/of een vermelding in de lokale pers i. 

De initiatiefnemers zorgen er voor dat alle inwoners van de omschrijving gelijk kunnen deelnemen aan het project, zonder sociale, financiële of intellectuele barrières.  

 

De initiatiefnemers nodigen de inwoners uit op een informatieavond, waarop volgende punten aan bod komen :


· voorstelling :  wat is een buurtinformatienetwerk (goed begrip) i
· voorstelling van de partners 
· bespreking en vraag naar goedkeuring voor het project en zijn doelstellingen in de omschrijving
· voorstel en bespreking van het communicatieplan (hoe gaan we info uitwisselen) en de daarbij horende inspanningen en kosten
· voorstel en goedkeuring afspraken in het BIN project  ( afspraken met de BIN medewerkers i)
· vraag naar betrokkenheid en vrijwillig engagement bij de leden van de buurt :  wie neemt het engagement, wie vertoont interesse. 
· vraag naar goedkeuring leden stuurgroep
· concrete verzameling van organisatorische gegevens  ( adres, telefoon, bereikbaarheid…i )
· afspraak i.v.m. opvolging en verdere uitwerking, o.a. hoe kunnen de buurtbewoners daaropvolgend het BIN aanspreken.

De initiatiefnemers en partners zullen deze punten goed hebben voorbereid en kunnen hiervoor ook beroep doen op advies en begeleiding van de vzw BIN.


3. In functie brengen van de coördinator en de gemandateerde politiebeambte


3.1.  De coördinator is burger en lid van de betrokken gemeenschap en kreeg van deze het vertrouwen en de goedkeuring.  Bij voorkeur wordt de coördinator bijgestaan door een “stuurgroep” zodat enige spreiding van vrijwillige inzet en duurzaamheid in deze functie wordt ingebracht.   Zo kan het voorkomen dat de stuurgroep geleid wordt door iemand anders dan de feitelijke coördinator die optreedt als spilfiguur van de communicatie.

Enige sociale vaardigheid, zin voor initiatief en respect voor democratie en solidariteit zijn reeds ruim voldoende kwaliteiten om een prima coördinator te worden.  De coördinator hoeft geenszins te beschikken over bijzondere apparatuur , noch moet hij uitzonderlijk veel aanwezig zijn in de buurt.   De rol van coördinator zal zich mits een goede betrokkenheid met de buurt en een goede contactvaardigheid zonder meer integreren in de normale professionele en sociale omgang van de betrokkenen.


De taak van de coördinator ( en stuurgroep ) :
· informatie over BIN en het “goed begrip” bij de betrokken burgers aanbieden (zie bv voorbereiding en algemene vergadering)
· onthaal en infopunt voor de medebewoners die zich in het project willen inschrijven
· sensibiliseren tot een goed meldingsgedrag i
· het netwerk van burgers in de omschrijving beheren ten behoeve van de info-uitwisseling :
o de nodige gegevens verzamelen
o het communicatieplan realiseren
o opvolgen  (wijzigingen, toevoegingen,……)
· de organisatie van de ontvangst en het doorsturen van de door de politie ter beschikking gestelde berichten
· zonodig overleg plegen met de partner politie over bedoelde info of ontbreken van info. (bv zonodig naar info solliciteren als men de vraag daartoe aanvoelt…)


Passend doorverwijzen

Wanneer in deze samenwerking aanleiding ontstaat tot communicatie of bespreking van onderwerpen die toebehoren tot het werkterrein van derden aan dit partnership, dan zullen de partners het principe hanteren van “passend doorverwijzen”.  Het BIN komt niet in de plaats van de normale communicatie over veiligheid en maatschappelijke vraagstukken.  Het BIN is heel communicatief en luisterend maar is niet hét forum en de coördinator is niet hét aanspreekpunt bevoegd voor veiligheidsproblemen in de omschrijving. 

 

3.2.  De gemandateerde politiebeambte is lid van de lokale politie en wordt binnen zijn organisatie aangeduid. Hij wordt de gids voor het BIN-project in het politiebedrijf.

De taak van de gemandateerde politiebeambte  :
· informatie over BIN en het “goed begrip” in zijn politiebedrijf aanbieden
· de input van berichtgeving aan de coördinatoren motiveren en adviseren in de organisatie ervan
· hierbij alle nuttige infobronnen (preventieve, bovenlokale…) betrekken
· de uitwisseling van informatie (tussen politie en coördinatoren) opvolgen en evalueren
· de feedback informatie motiveren en adviseren in de organisatie ervan
· de nodige contacten over het BIN project onderhouden met alle betrokken politiediensten (federale politie, AIK, ...) , intern zijn politie (het management, de wijkagenten, onderzoeksbureau..) en met de gerechtelijke overheid.
· het BIN vertegenwoordigen in de betrokken politieke en gerechtelijke organen (veiligheidscharters, zonaal veiligheidsplan,….)

3.3.  Samen zullen zij dus leiding geven aan de organisatie van het Buurtinformatienetwerk en samen ook nog volgende taken vervullen  :

· het partnership opvolgen, overleg plegen en evalueren (zie verder)
· de werking en de samenstelling van het buurtinformatienetwerk toetsen aan de afspraken
· hierover rapporteren aan de overheid. 

Coördinator en gemandateerde politiebeambte bieden elkaar “veerkracht” aan.  Als goede partners kan men op elkaar terugvallen en uit de samenspraak inspiratie putten om met kracht terug of nog verder op te veren.


Het is passend om hier nogmaals de onmisbare rol van de coördinator te benadrukken en te argumenteren :



4. Organiseren van het communicatieplan : wederzijdse informatie-uitwisseling


Wederzijdse informatie-uitwisseling is hét werkstuk van het Buurtinformatienetwerk :

4.1. Meldingsgedrag van de burgers aan de politie ( = detecteren via informatie)

De BIN formule sensibiliseert en motiveert de burgers om bij vaststelling van abnormale feiten, gedragingen, personen…. dadelijk melding te maken bij de politie welke de vakkundige opdracht heeft om hierop optimaal te reageren. De lokale politie is verantwoordelijk voor een permanente aanspreekbaarheid en is het aangewezen meldingspunt.   Dit positief meldingsgedrag is een uiting van goed burgerschap en behoeft geen bijzondere bijkomende organisatie.

De politie zal hiertoe de nodige inlichtingen verschaffen over wat, wanneer en hoe de politie het best verwittigd kan worden i.  Het is duidelijk dat men in het politiebedrijf alle maatregelen en voorbereidingen treft om de uitnodiging tot een hoger meldingsgedrag op efficiënte wijze te beantwoorden.  Uit diverse evaluaties blijkt de verhoging van het meldingsgedrag belangrijk te zijn.

De verhoging van het aantal meldingen mag dan al wel vragen wekken over de capaciteit om deze te verwerken, anderzijds kan al snel vastgesteld worden dat de meldingen inhoudelijk wijzer en efficiënter worden.  Op termijn leidt dit zelfs tot energiebesparing bij de politie.  

De contacten met de wijkinspecteurs zijn tevens een belangrijk medium.  Zo ontstaat een spontane en goede informatiestroom zodat de politie goed weet wat er leeft.  

Deze goede communicatie vanuit de burgers is een extra bijdrage
· tot een tijdige en efficiënte detectie van dreiging of onveilige situatie
· tot een efficiënte sturing van patrouille, onderzoek of politioneel optreden
· tot een bijzonder adequate preventie opdracht. 

Indien de omstandigheden dit nuttig maken, kan de coördinator in deze communicatie een tussenrol vervullen.  Dit is bij uitzondering en moeten we niet aanpraten, maar komt bv voor wanneer de drempel om de politie te contacteren nog te hoog is of wanneer de medebewoner zijn anonimiteit wil verzekeren.

Enkele praktische voorbeelden van motivatie tot melden :  fluo-kaartjes of stickers met de passende contacttelefoons, een brochure over wat en hoe melden, gelijk voorprogrammeren van het politienummer in telefoontoestellen….. 

Wij spreken van melding van abnormale vaststellingen. 
 
Deze omschrijving is van bijzonder belang omdat de burger zich in deze beperkt tot wat hij, als goede buur, niet normaal vindt.   Door hun betrokkenheid met en hun kennis van de buurt zijn zij hierin bijzonder wijs.   Dit betekent dat de burger aan deze vaststelling geen verdere interpretatie toevoegt en enkel een objectief verslag uitbrengt bij zijn politie.  Dit is een houding van goed burgerschap.
De politie zal deze vaststelling vakkundig waarderen en de nodige bijkomende maatregelen uitvoeren (bijkomende informatie inwinnen, toetsen aan politionele en justitiële belangen, enz. ) . Enkel de politie zal vervolgens beoordelen of deze vaststelling betrekking heeft op verdachte of dan wel niet-verdachte feiten, personen, gedragingen of voertuigen.   De daaropvolgende mogelijke feedback zal hiervan aan de melder verslag uitbrengen.


4.2. berichtgeving van politie naar burgers ( = voorkomen door informatie )

De politie zal op een gestructureerde wijze nuttige berichten ter beschikking stellen van de burgers.  Dit zijn berichten die uitnodigen en aanleiding geven tot voorkomend gedrag, waakzaamheid en opmerkzaamheid.   Op deze wijze kunnen zij onveiligheid voorkomen en bijdragen aan het politiewerk.

- Een beslissingsmodel :

Algemeen zal dit gebeuren
· als vanuit kennis kan aangenomen worden dat er een bedreiging bestaat   ( een feit dat zich voordoet of kan herhalen…),
· als men kan spreken van een “fenomeen” : een modus operandi met “ voorspelbare” handelingen,
· als preventief kan worden opgetreden door de burgers ,
· als informatie kan vergaard worden.

Het is wijs om uit overleg en ervaring hieromtrent bij de politie een beslissingsmodel i op te maken.  Rekening houdende met de inhoud van de feiten, het tijdstip van melding, het slachtofferschap, de dreiging, beleidsprioriteiten…..kan een patroon opgemaakt worden op basis waarvan de betrokken politiefunctionaris ( meldkamer, preventiedienst, …) kan beslissen of een informatie nuttig kan zijn voor het BIN (of meerdere BIN’s).  Op deze manier zal men enige objectieve duidelijkheid creëren omtrent het onderwerp van de communicatie.

Bij de beoordeling van de “nuttige inhoud” zijn de gerechtelijke instanties (parket,…) prioritaire partners.   De berichtgeving zal zich steeds toetsen aan de wet op de privacy en de wetten op de politie.  Men zal het onderzoeksgeheim respecteren en confrontaties met politionele en justitiële inspanningen terzake zeker vermijden.    Er moet dus regelmatig overleg gepleegd worden.

Of binnen de vrije informatieverschaffing een bericht al dan niet nuttig is voor het BIN, is eigenlijk het antwoord op de algemene vraag of het bericht al dan niet een positieve meerwaarde bijbrengt aan het veiligheidsgevoel of het veiligheidsbeheer.  Als de burgers er zich beter (veiliger) bij voelen, dan heeft het nut, zelfs als daar politioneel weinig concrete resultaten aan vast hangen.  Of anders, als de politie met een inhoudelijk minder interessant bericht toch politioneel belangrijk resultaat kan bekomen.   We moeten voldoende benadrukken dat een goede beoordeling het resultaat zal zijn van ruim, zelfs bovenlokaal overleg en ervaring. 

- Men streeft voortdurend naar “ intelligente informatie “.

Naast de reeds beschreven eigenschappen betekent dit ook dat het bericht
· op het juiste ogenblik ter beschikking gesteld wordt (actualiteitswaarde)
· aan de juiste mensen wordt gestuurd (welke BIN’s, één of meerdere BIN’s)
· resultaatgericht is (men kan op basis van het bericht voorkomend of alert reageren)
· voorzien is van preventief advies (hoe kun je voorkomend omgaan met het gemelde : bv bij vals geld de kennis meegeven hoe te herkennen)

Om de actualiteitswaarde en herkomst te bevestigen zal men bij het versturen van het bericht steeds het tijdstip van het ter beschikking stellen en de herkomst ( van Politie…) vermelden.

Als leidraad bij het opmaken van een BIN bericht kan de politie een vooropgemaakt formulier i gebruiken waarop uitgenodigd wordt om het bericht steeds te vervolledigen met alle vernoemde aspecten.   Dit maakt het inlezen van het bericht makkelijk, dient tevens als rapport van het bericht en is gelijk aan de luister en notitie volgorde bij de BIN medewerkers.

Enkele concrete voorbeelden: uitgifte van valse cheques of vals geld, waarschuwingen naar risico ogenblikken wanneer reeds feiten zich in de buurt voordoen, waarschuwingen naar verkenningstechnieken b.v. valse inspecteurs van nutsbedrijven, waarschuwing naar gebruik van afstandbediening voor garagepoorten die gebruikt worden om uw woning te kunnen betreden, info over cylinderkraaksloten, opmerking gestolen voertuigen….


- De input, ontvangst en doorsturen van een bericht

Een nuttig bericht van “één“ politie-bron aan een “groep” van burgers sturen , vraagt een bijzonder efficiënte organisatie :  
· het moet zo gebeuren dat de intelligentie van het bericht niet verloren gaat :   voldoende snel, zonder interpretatie, volledig…….  We moeten de beste praktijk beheren en toepassen.
· anderzijds heeft de groep bestemmelingen zijn eigenheid en organisatie van bereikbaarheid.   Burgers uit een residentiële wijk hebben bv een grote afwezigheid van 9 tot 17u, anderzijds heeft een groep handelaars een hoge permanentie.    Het is een engagement van de groep om daarmee ten beste en volgens alle basisprincipes mee om te gaan.  De sturende rol van de coördinator is hierin van bijzonder nuttig belang.
· Er moet een duidelijke afbakening zijn van de taak en verantwoordelijkheid (rekenschap afleggen) van de betrokken partners politie en burger.

Hierbij zal men rekening houden met volgende principes :
· het opstellen, beoordelen en de input van de berichten over criminele feiten en onveiligheid zijn de bevoegdheid en vakkunde van de politie,  
· deze communicatieopdracht moet zich eenvoudig integreren in het politiewerk en de normale sociale en professionele omgang van de BIN coördinatoren en BIN medewerkers,
· een gelijke toegankelijkheid en bruikbaarheid van de communicatie zonder financiële, sociale of intellectuele barrières voor alle betrokken politie en burgers verzekeren.

Bij deze communicatie zal men de actueel beste praktijk of technische oplossing toepassen. 

Om bovenvermelde argumenten en principes maken we in het communicatieplan een onderscheid tussen

niveau 1 :    het ter beschikking stellen van een bericht van politie aan coördinator(en)
niveau 2 : het organiseren van het doorsturen aan de BIN leden 


De communicatie op het niveau 1 is een opdracht van de politie :

· de beoordeling om een bericht voor het BIN op te maken (Think B.I.N….)
· de infoverzameling en die de opmaak van de berichten vooraf gaat
· de eigenlijke opmaak van het bericht
· het daaropvolgend “ter beschikking stellen” van de nuttige berichten aan de coördinator(en)

De politie zal het nuttige bericht ter beschikking stellen van één of meerdere buurtinformatienetwerken.    Het unieke en gekende aanspreekpunt (de coördinator) maakt deze communicatie uitvoerbaar en haalbaar in het politiebedrijf.

In het actuele communicatieplan zal de politie niet noodzakelijker wijze op zoek gaan naar een persoonlijk contact met de coördinator(en) om het bericht af te leveren.  Het bericht kan online ter beschikking gesteld worden en zijn weg naar alle bedoelde bin leden via de regie van de stuurgroepen vervolgen. 

De politie neemt in het partnership aldus zijn volle verantwoordelijkheid binnen zijn opdracht en werkterrein. Dit is een bewuste en juiste optie.  Er ontstaan aldus geen belangenconflicten.   Berichtgeving kan gebeuren in reële tijd of via een een “flash” bericht na meer info verzameling of via een periodiek info-contact.

Het overleg tussen de coördinator (stuurgroep) en de gemandateerde politiebeambte zal de mogelijkheid voor “het ter beschikking stellen” organiseren en de uitvoering opvolgen en evalueren.

Het ter beschikking stellen van een bericht aan meerdere BIN’s gebeurt op dezelfde wijze . Men zal hier voortdurend streven naar gelijkheid in methodiek en coördinatie in procedure.   Dit zal de nodige betrokkenheid van bovenlokale meldkamers en informatiesystemen mogelijk maken.


Wat georganiseerd wordt op het niveau 2 is een engagement van de groep burgers :

· het organiseren van het doorsturen volgens plan
. de
ontvangst en het beluisteren van het bericht bij de bin leden

De stuurgroep beheert de bestanden en opdrachten om het bericht door te sturen.
De burger (BIN lid) is uiteindelijk verantwoordelijk voor zijn ontvangst (“beluisteren”) en opvolgen van het bericht.  


Binnen de BIN groep wordt afhankelijk van beschikbare middelen, het groepskarakter, de geografische spreiding, aan huis zijn enz…. democratisch afspraak gemaakt hoe de berichten onder elkaar verder worden verspreid

De kwaliteit waarmede de berichten uiteindelijk de buurtbewoners bereiken (niveau 2) is het resultaat van de eigen groepsorganisatie en dus ook een beoordeling in deze groep. 
 
Deze berichten kunnen de BIN medewerkers bereiken :
- in reële tijd : bij heel dringende en acute situaties (b.v. bij winkeldiefstal die mogelijks kan vervolgd of herhaald worden, gauwdiefstallen, wanneer daders in de buurt zijn, valse cheques….)
- als “flash” bericht : dit is een rapport dat meestal na enig onderzoek een vrij uitgebreide info bezorgt over bepaalde fenomenen of bovenlokale info verwerkt.
- als inhoud van het regelmatig infoblad of periodiek.


Wat doet de medewerker met deze informatie ?

Hij zal verhoogd waakzaam en opmerkzaam zijn, preventieve tips toepassen en aan anderen laten kennen, beveiligingssystemen nagaan en controleren, bij risicomomenten zijn eigendom actief (bewoond) maken ( licht opzetten, … )   

In ieder geval zal de burger nooit patrouille houden of daders opsporen, optreden in naam van de politiediensten, handelen op eigen houtje…. Dit is een basisprincipe van het BIN.  Dit zou immers strijdig zijn met de wet op de private milities of de wet op de privacy, welke door alle burgers moeten gerespecteerd worden. 

Een opmerking die wij in deze context even willen aanraken, is de vaak voorkomende vraag of deze informatie over criminaliteit precies de angst en het onveiligheidsgevoelen niet aanwakkert ?
Het tegendeel wordt echter ervaren.  Niets is vlugger in de pers en de geruchten geïnterpreteerd als onveilige situaties, diefstallen en criminaliteit. Heel makkelijk worden de feiten overschat of in een onduidelijke context geplaatst.   Daar heb je geen formule voor nodig.  Precies de voortdurende betrouwbaarheid en objectieve informering via het BIN zal de burgers op een wijze manier doen omgaan met de gebeurtenissen.  Weten dat je niet alleen, maar samen met de buren om je heen, de info beluistert en ermee omgaat, geeft een gevoel van vertrouwen i.p.v. angst.


Bovenlokale samenwerking :
Indien de politie, auteur van het BIN bericht, of de BIN-coördinator vanuit ervaring en kennis opmerkt dat de inhoud van het bericht ook nuttig kan zijn voor collega’s uit de naburige politiezone, dan is het goed dat de lokale politie het bericht aan de collega-politiediensten doorstuurt als uitnodiging en motivatie om dit bericht op hun beurt te beoordelen en aan de BIN’s in hun omschrijving mede te delen.


4.3. Sensibiliserende informatie  ( motiveren door informatie)

In overleg met de politie en de overheid kan het BIN informatie verspreiden aan zijn medewerkers en aan de burgers in zijn gebied omtrent preventie en veiligheid met als doel de leefbaarheid en veiligheid te verhogen. 

De politie zal bijzondere zorg besteden aan de “feedback” informatie.  Dit versterkt het vertrouwen en de motivatie in het BIN partnership.   Deze opvolging, resultaten, evaluaties of adviezen i.v.m. ter beschikking gestelde informaties of ontvangen meldingen, opgeloste feiten kunnen via het communicatieplan verlopen of kunnen via een geschreven informatie, een periodiek of mondelinge melding aan de BIN leden overgemaakt worden.   Hier zal de lokale politie het voortouw nemen en ook hierbij zal de wijkinspecteur een belangrijke rol kunnen spelen.  



7. Het Buurtinformatienetwerk kan van start gaan

Het Buurtinformatienetwerk kan nu werkelijk van start gaan.    Dit betekent vooral het op gang brengen van het communicatieplan.    Het meest tastbare daarin is het doorsturen van preventieve berichten vanuit de politie aan de coördinator en van de coördinator aan de BIN medewerkers.

Een eerste bericht met de aankondiging van de start wordt als test verstuurd.  Men heeft de BIN medewerkers vooraf duidelijk op de hoogte gebracht van de wijze waarop zij een bericht kunnen ontvangen en hoe zij daarmee omgaan.
Het is goed om bij de opstart via de lokale pers of gemeentelijk info de totale bevolking hiervan op de hoogte te brengen.  Dit verhoogt het goed begrip en maakt duidelijk dat politie, overheid en burgers hierin samenwerken. 

Nu het BIN officieel van start is gegaan en zijn naam waardig is, kan het project naar buiten toe getuigen.   Medewerkers kunnen hun engagement uiten door het logo van het BIN op een zichtbare plaats aan te brengen.  Mogelijks kan een aankondigingsbord geplaatst worden op de invalsweg naar de betrokken gemeente of wijk.  



Dit logo is een uitnodiging naar medemensen om ook dit goed-burger engagement op te nemen enerzijds en anderzijds een melding aan de mensen met minder goede bedoeling dat zij niet welkom zijn en dat wij solidair staan voor veiligheid als kwaliteit van een goed leefbare buurt.   Dit sterke en collegiaal gebruikte logo staat, zoals de naam,  voor de inhoud en de waarde van het Buurtinformatienetwerk.

 

 

 
Developed by Synaptech